Heeft u nog vragen?
Neem vrijblijvend contact met ons op.
De aandelenleaseovereenkomsten van Dexia worden beschouwd als huurkoop. Als de contractant op het moment van tekenen getrouwd was of een geregistreerd partnerschap had, dan had tevens de partner moeten meetekenen. Ontbreekt die handtekening, dan had de partner de mogelijkheid om de aandelenleaseovereenkomst te vernietigen met als gevolg dat Dexia de volledige inleg moet teruggeven en de eventuele restschuld moet kwijtschelden.
Verjaring
Een probleem is dat veel partners te laat deze vernietigingsgrond hebben ingeroepen. De verjaringstermijn bedraagt drie jaar en deze termijn gaat lopen – eenvoudig gezegd – op het moment dat de partner op de hoogte is geraakt van het bestaan van de aandelenleaseovereenkomst.
Als de verjaringstermijn is verlopen, dan kunnen de gedupeerden niet meer met het argument van de ontbrekende handtekening hun inleg terugvorderen. Er zijn overigens nog wel andere juridische gronden, maar deze leiden doorgaans niet tot teruggave van de volledige inleg.
Het Gerechtshof Amsterdam heeft op 6 december 2007 een interessante uitspraak gedaan. Het ging hier om een echtpaar (inmiddels gescheiden) dat meerdere aandelenleaseovereenkomsten met Dexia had afgesloten. Twee contracten waren slechts door één van beiden ondertekend. De man vernietigde het contract van de vrouw, en de vrouw deed hetzelfde bij het contract van haar man.
Het hof oordeelde dat de verjaringstermijn inmiddels was verlopen toen het echtpaar een beroep deed op de ontbrekende handtekening. Zij kunnen dus niet meer op deze grond de verloren inleg terugvorderen.
Terwijl het echtpaar in deze rechtszaak de inleg terugeiste, stelde Dexia een tegenvordering in tot betaling van de rechtschuld.
Verweer nog steeds mogelijk
Volgens het hof kan het beroep op de vernietiging wegens de ontbrekende toestemming vanwege de verjaring niet slagen als zelfstandige vordering om de inleg terug te eisen. De gedupeerden kunnen het beroep op de ontbrekende handtekening wél gebruiken als verweer tegen de vordering van Dexia om de restschuld te betalen.
Het hof: Artikel 3:51 lid 3 van het Burgerlijk Wetboek bepaalt dat een beroep in recht op een vernietigingsgrond “te allen tijde” kan worden gedaan ter afwering van een vordering die steunt op de rechtshandeling waarop dat beroep betrekking heeft. “Te allen tijde” kan niet anders worden begrepen dan dat het beroep op de vernietigingsgrond voor zover strekkend tot verweer, (in een rechtsgeding) kan worden gedaan ongeacht de voltooiing van de verjaringtermijn.
De vordering van Dexia tot betaling van de restschulden wordt dus niet toegewezen.
Bron: Jurofoon